jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen

~ Remco Campert

zaterdag 5 april 2014

Metaforen voor onderwijs

Het Ministerie van Onderwijs bezigt de laatste decennia een heel specifiek vocabulaire dat gekenmerkt wordt door de taal van de markt. Men spreekt over opbrengsten, rendement, toegevoegde waarde, input en output.

Tijdens een recente onderwijsmanagementtraining werd zonder een spoor van ironie het 'Total Quality Management' van een Japanse autofabriek als lichtend voorbeeld aangedragen, dat navolging zou verdienen in het onderwijs. Leraren herkennen zich zelden in die beleidstaal, maar bij gebrek aan passender repertoire behelpen ze zich er nog te dikwijls mee. Ook lijken ze te onderschatten welke gevolgen het heeft voor de praktijk van het onderwijs, wanneer zij zich uit pragmatische overwegingen schikken in de taal die de overheid kennelijk behaagt.

Taal is niet slechts een middel om dingen in uit te drukken op een min of meer adequate manier. Taal schept de werkelijkheid en geeft die vorm. Hoe gewoner het wordt om over onderwijs te spreken in termen van een productieproces, waarin men door data-analyse en efficiënte toepassing van bewezen effectieve technieken tot een optimaal eindproduct komt, hoe meer de werkelijkheid in de scholen zich daarnaar zal gaan voegen.
Om de werkelijkheid die wij in onze scholen ervaren en de waarden die wij koesteren recht te doen, hebben we de vrijheid nodig om andere beelden te kunnen kiezen. Ik geloof dat het van eminent belang is voor de verwezenlijking van goed onderwijs dat leraren een eigen taal ontwikkelen die past bij de manier waarop zij hun beroep opvatten. In het volgende zal ik daar stof toe aandragen. Ik hoef enkel maar terug te gaan in de geschiedenis van het denken over onderwijs, want aan de economische taal van de overheid gaat een eeuwenlange traditie vooraf die zich van heel andere beelden bedient.
Klik hier om het hele essay te lezen dat ik hierover schreef: Metaforen voor onderwijs - Van lopende band tot kindertuin, verschenen in het lentenummer 2014 van  tijdschrift Seizoener.

donderdag 3 april 2014

Schoolteam of onderwijsgezelschap

Een groep mensen die met elkaar het onderwijs op een school verzorgt, noemen we een team. Geen idee wanneer dat woord in zwang geraakt is. Ik kan me niet voorstellen dat Theo Thijssen in een team werkte.

Het beeld van een team roept associaties op met de wereld van de sport. Het doet denken aan competitie en het voortdurend verbeteren van prestaties, al dan niet door middel van voedingssupplementen en technologische snufjes als klapschaatsen en aerodynamische pakken.

In het onderwijs wordt van mensen verwacht dat ze teamplayers zijn. Dat heeft me van het begin af aan wel enige zorg gebaard, want ik zie mezelf helemaal niet als een teamplayer, en onderlinge competitie en een hijgerig verlangen de top te bereiken laten mij Siberisch koud.

Wat niet wegneemt dat ik een hoger doel voor ogen heb, dat ik er dagelijks in al mijn doen en laten naar streef mijn idealen te verwezenlijken, en dat ik samen met anderen in een aaneenschakeling van gesprekken steeds op zoek ben naar manieren om te zeggen wat ons met elkaar voor ogen staat, en hoe we dat dichterbij kunnen brengen.

Ik zou me veel gelukkiger voelen als ik met enige fierheid kon zeggen: Ik maak deel uit van een onderwijsgezelschap, en niet zomaar één: Ik maak deel uit van het onderwijsgezelschap van De Kleine Reus, en dit is wat ons voor ogen staat...

Dans- en theatergezelschappen hebben een artistiek leider. Onderwijsgezelschappen hebben een pedagogisch leider, de leraren beoefenen pedagogische tact. Dat is onze kunstvorm: onderwijs vormgeven.

Leraar Simon Verwer sprak onlangs over de leraar als scheppend kunstenaar, en Jacquelien Bulterman verwees naar Elliot Eisner die wijst op het connoiseurship van de leraar, waarin hij ook een verband met de kunst legt.

Taal schept werkelijkheid. Mensen die in het onderwijs werken, weten dat het wezenlijke van waar zij zich mee bezighouden niet zit in het meten van prestaties noch in de onderlinge competitie.Moeten we het op ons nemen het gangbare taalgebruik te vernieuwen? Dat zou wellicht wat geaffecteerd overkomen. Wij beheersen de taal niet zonder meer, die gaat goeddeels zijn eigen weg. Het is al een begin, wanneer we minstens proberen eens via een andere metafoor naar onszelf en onze praktijk te kijken.

Hoe beweeg je je, als je aan jezelf denkt als deel van een onderwijsgezelschap?